Fukuyama, F. (1995). Trust: The social virtues and the creation of prosperity. New York: the Free Press. Totaal aantal pagina’s, ISBN 0-02- 910976-0, Ph.In 19559.
...onfronteerd. Het vertrouwen van burgers in hun publieke bestuurders is sterk afgenomen. Na de verkiezingen van 2002 wordt gekozen voor een regeerakkoord met de titel ‘Werken aan vertrouwen, een kwestie van aanpakken’. Bovendien komt kritiek op de overheid en het thema vertrouwen uitgebreid aan de orde in de wetenschappelijke literatuur. Klassieke teksten erbij gebruiken? Fukuyama beschrijft deze huidige situatie; we staan nu aan het einde van de geschiedenis.Waarom is hij klassiek? Vanuit filosofische gronden analyseert hij op een lezenswaardige en stimulerende manier de grondslagen van ons economisch handelen. Voorin zijn boek gebruikt hij een citaat van Emile Durkheim (1933) wat de achterliggende gedachte van zijn boek benadrukt. Hierin komt aan bod dat de overheid te ver van de individuen afstaat. Een natie kan zich alleen handhaven als tussen overheid en individu een hele serie secundaire groepen bestaat, die dicht genoeg bij de individuen staan om hen sterk bij hun acties te betrekken. Francis Fukuyama is geboren op 27 oktober 1956 in Chicago, ontving zijn B.A. in klassieken op de Cornell University en zijn Ph.D. in Politieke Wetenschappen op Harvard. Momenteel is hij Bernard L. Schwartz Professor van International Political Economy op de Paul H. Nitze School van Advanced International Studies, Johns Hopkins University. Hij is lid van adviescommissies voor het National Endowment for Democracy (NED), The National Interest, the Journal of Democracy en The New America Founadtion. Als commissielid van NED is hij verantwoordelijk voor het overzicht van de Endowment’s Midden-Oosten programma’s. Hij is lid van de American Political Science Association, the Council on Foreign Relations, the Pacific Council on International Policy en het Global Business Network. Fukuyama heeft veel geschreven over zaken gerelateerd aan vragen over democratie en internationale politieke economie. De laatste jaren focust hij zich op de rol van cultuur en sociaal kapitaal in het modern economische leven. Boeken van zijn hand zijn: The Great Disruption: Human Nature and the Reconstitution of Social Order (1999) en Our Posthuman Future: Consequences of the Biotechnology Revolution (2002). Zijn meest recente boek is State-Building: Governance and World Order in the 21st Century (2004). Zijn boek, “The end of history and the last man”, werd gepubliceerd door The Free Press in 1992 en verscheen in meer dan twintig buitenlandse edities. Over de toestand van de mens aan het einde van de geschiedenis vervolgt Fukuyama zich in dit boek, Trust: The social virtues and the creation of prosperity (1995). In het vorige boek wordt het historische proces van de mens begrepen als de interactie tussen twee grote krachten: 1. het rationeel verlangen, 2. het verlangen naar erkenning. Economische motivatie wordt hier gezien als een manifestatie van het verlangen naar erkenning. Individueel kunnen mensen dit soort erkenning niet bereiken, alleen in een sociale context. Economische activiteit is dus een cruciaal aspect van het sociale leven en is verweven met een verscheidenheid aan normen, regels, morele verplichtingen en andere gewoonten die de samenleving vormgeven. Eén van de belangrijkste lessen die mensen kunnen leren bij bestudering van het economische leven is dat, het welzijn van een natie en haar vermogen om te concurreren worden bepaald door een enkel diepgeworteld cultureel kenmerk: de mate van vertrouwen die aan de gemeenschap inherent is. Een gemeenschap is afhankelijk van onderling vertrouwen en kan zonder vertrouwen niet spontaan ontstaan. Het afsluiten van contracten en het eigenbelang zijn wel belangrijke bronnen zijn voor samenwerking, maar de meest effectieve organisaties zijn gebaseerd op gemeenschappen met gemeenschappelijk ethische waarden. Fukuyama beschrijft de invloed van cultuur op het economische leven en de samenleving. Het gaat hierbij vooral over vertrouwen en sociaal kapitaal, factoren die nauw met elkaar samenhangen. Het vermogen van mensen om samen te werken voor een algemeen doel in groepen en organisaties die de burgermaatschappij vormen, wordt sociaal kapitaal genoemd (Coleman, 1988). Kapitaal bestaat niet zozeer uit land, fabrieken, gereedschap, maar veel meer uit de kennis en vaardigheden die mensen in hun hoofd meedragen. Coleman (1988) betoogde dat behalve in vaardigheden en kennis een deel van het menselijk kapitaal school in het vermogen van mensen om zich te verenigen, wat niet alleen cruciaal is voor het economische leven, maar eigenlijk voor elk aspect van ons sociaal bestaan. Het probleem dat in het boek centraal staat, is de veranderende gemeenschapszin in de Verenigde Staten van de afgelopen vijftig jaar. Het verval van de gemeenschapszin heeft belangrijke gevolgen voor de Amerikaanse democratie en de economische gevolgen kunnen in de toekomst nog ingrijpender zijn. Er is een opvallende convergentie van politieke en economische instellingen in het democratisch-kapitalistisch model zichtbaar. De informatietechnologie heeft veel bijgedragen aan decentralisering en democratisering van de afgelopen vijfentwintig jaar, de tijd van groot hiërarchische bedrijven is echter nog lang niet voorbij. Bij het vieren van de teloorgang van hiërarchie en autoriteit wordt, volgens Fukuyama, één ding over het hoofd gezien: vertrouwen en de gemeenschappelijke ethische normen die eraan ten grondslag liggen. De structuur van het boek bestaat uit vier delen. In deel 1 begint Fukuyama met de fout dat Amerikanen geen oog hebben voor de oorspronkelijk gemeenschappelijke gerichtheid van hun eigen samenleving en legt hij uit waarom bepaalde filosofen geen oog hebben voor een cruciale kwestie: de culturele dimensie van het economische leven. Verder operationaliseert hij de begrippen cultuur, vertrouwen, sociaal kapitaal en legt hij uit hoe vertrouwen samenhangt met industriële structuur en het oprichten van grootschalige bedrijven. Deel 2 en 3 gaan over de twee belangrijkste ‘wegen’ naar gemeenschapszin, de familie en niet op verwantschap gebaseerde gemeenschappen. In deel 2 worden vier op familie gebaseerde gemeenschappen gedetailleerd beschreven: China, Frankrijk, It...